Waarom ik als kind tot mijn nek in de koeienvla zat en wat dat met angst te maken heeft

Ik ben zes jaar.

Met mijn vriendinnetje zit ik in de koeienwei, achter onze boerderij in Meerkerk.

Dat dorp tussen Gorinchem en Leerdam, met die opvallende watertoren.

Een weiland vol koeien, gras én koeienvlaaien.

 

We spelen heks.

 

En echte heksen hebben bescherming nodig.

Dus pakken we grote stokken. En smeren we de koeienvlaaien die overal in het gras liggen, dikke, bruingrijze schijven, om de bomen heen. 

Geen idee waar ik die fantasie vandaan haalde, maar als we tussen die bomen staan, kan ons niks gebeuren.

Dat weten we gewoon. Dat is de magie.

 

Met als bijvangst dat we zelf ook tot onze nek in de koeienpoep zitten.

Mijn moeder stopt ons daarna in bad. Een uur lang met veel schuim.

Maar daarna hangt er nog steeds een koeienpoeplucht om ons heen.

Wij vonden dat helemaal niet erg en verbaasden ons om de irritatie van mijn moeder.

We hadden nog niet geleerd dat poep vies was.

Dat gevoel van walging, die fysieke weerzin die de meeste volwassenen kennen, dat bestond voor ons gewoon nog niet.

Dat leer je later pas.

 

Walging is aangeleerd. Angst ook.

Niemand komt ter wereld met een weerzin tegen koeienvlaaien.

Of met angst voor spinnen. Angst spreken voor een groep. Of bang om te rijden op de snelweg. Dat leer je.

Ergens, ooit, heeft je brein een koppeling gemaakt tussen een situatie en een gevoel. En vanaf dat moment behandelt het brein die situatie als: let op, dit is relevant. of misschien zelfs gevaarlijk. 

Dit mechanisme noemt men klassieke conditionering. Het werd voor het eerst beschreven door de Russische fysioloog Ivan Pavlov, die ontdekte dat honden gingen kwijlen bij het horen van een bel, puur omdat ze hadden geleerd die bel te koppelen aan eten. Het brein associeert, leert en onthoudt.

Bij angst werkt dat precies zo.

Je hebt ooit iets meegemaakt,  een nare ervaring, een schrikreactie, een opmerking die binnenkwam op het verkeerde moment, en je brein heeft besloten: dit bewaar ik. Dit is gevaar.

En sindsdien reageert het lichaam automatisch, elke keer dat het die situatie herkent.

 

Het brein maakt geen onderscheid tussen echt en aangeleerd

Zelfs denken aan angstige situaties wakkeren je angst al aan. Hoe komt dit?

Het brein weet niet of een angstreactie gebaseerd is op een echte, actuele bedreiging of op een oud, aangeleerd patroon. Het registreert de situatie, herkent de koppeling en activeert het alarmsysteem:

Hartslag omhoog, ademhaling omhoog, de spieren spannen zich aan.

Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat verbeelde of geconditioneerde dreigingen dezelfde angstcircuits activeren als echte gevaren. De amygdala, het hersengebied dat verantwoordelijk is voor het verwerken van bedreiging, reageert op wat het kent, niet op wat objectief gevaarlijk is. (1)

Dat verklaart waarom angst zo irrationeel kan voelen. Je weet dat er geen gevaar is. Je lichaam reageert alsof er een leeuw voor je neus staat.

Wat je leert, kun je ook afleren

Maar als angst aangeleerd is, betekent dat ook dat het is af te leren!

Het brein is plastisch. Het kan nieuwe koppelingen maken.(2)

Wat ooit als gevaarlijk werd opgeslagen, kan opnieuw worden beoordeeld. Niet door er tegenin te gaan, niet door jezelf te dwingen rustig te blijven, maar door de oorspronkelijke koppeling bij de kern aan te pakken.

Dat is precies wat er in hypnotherapie gebeurt.

Met hypnose bereiken we de laag waar die koppeling ooit is ontstaan. Het moment waarop het brein besloot: dit is gevaar. En daar vindt de herziening plaats. Het brein ziet de situatie opnieuw, maar nu met andere informatie.

Dat gaat anders dan praten of bewust redeneren. Angst zit niet in je verstand, het zit in je lichaam, in automatische processen die zich buiten je bewuste controle afspelen. Het impliciete geheugen, de laag waar aangeleerde reacties als angst worden opgeslagen, is niet bereikbaar via logica. Wel via hypnose.

Daarom gaat het ook sneller. Je omzeilt de bewuste weerstand en werkt direct op het niveau waar de angst is ontstaan.

Van koeienvlaai naar keerpunt

Ik ga tegenwoordig echt niet meer met koeienvlaaien aan de slag.

De magie is een beetje uitgewerkt. Wel jammer eigenlijk.

Maar die zes-jarige in het weiland herinnert me er elke keer aan: walging is aangeleerd. Angst is aangeleerd.

Maar wat je brein heeft geleerd, kan het ook weer loslaten.

Dat is geen optimistisch praatje. Dat is neurobiologie.

 

Wil je ook in 3 sessies naar een angstvrij leven?