Veel mensen denken dat angst ontstaat door wat er gebeurt.
In werkelijkheid ontstaat angst vaak door wat het brein verwacht.
Wat-als-gedachten voelen logisch, rationeel en soms zelfs behulpzaam. Ze lijken ons te willen beschermen. Toch zijn ze een van de krachtigste mechanismen waarmee angst wordt opgeroepen én in stand gehouden.
Dit komt omdat omdat het brein nauwelijks onderscheid maakt tussen een echte ervaring en een levendig voorgestelde ervaring. En dit mechanisme is niet voorbehouden aan mensen met angstklachten. Iedereen kent het.
Waarom je lichaam reageert op iets wat niet gebeurt
Je hoeft geen angststoornis te hebben om dit te herkennen.
Alleen al het horen van iemand die met zijn nagels over een schoolbord schraapt, kan rillingen en kippenvel oproepen.
Het lezen over iemand die met zijn knie over ruw asfalt schuurt, zorgt er vaak voor dat mensen onbewust hun been intrekken of een kriebel in hun knie voelen.
En bij het idee van bijten op aluminiumfolie, een naald die langzaam richting een oog beweegt of een tandartsboor die nét te dichtbij komt, reageren veel lichamen vrijwel automatisch met spanning.
Je lichaam reageert direct, terwijl het op dat moment niet echt gebeurt.
Wat hier wetenschappelijk gezien gebeurt
Neurowetenschappelijk onderzoek laat zien dat mentale verbeelding en daadwerkelijke waarneming grotendeels dezelfde hersengebieden activeren. Het brein “weet” dus niet of iets echt plaatsvindt of alleen overtuigend wordt voorgesteld.
Onderzoek toont aan dat verbeelde gebeurtenissen dezelfde emotionele netwerken kunnen activeren, vergelijkbare lichamelijke stressreacties kunnen oproepen en dezelfde angstcircuits kunnen versterken als echte ervaringen.
Het brein registreert daarbij geen waar of niet waar, maar slechts: relevant of bedreigend. (1)
Van alledaagse sensatie naar angstmechanisme
Bij angstklachten gebeurt exact hetzelfde, maar de inhoud is anders.
In plaats van een schoolbord of een schaafwond gaat het dan over gedachten als:
"Wat als ik een paniekaanval krijg?"
"Wat als ik de controle verlies?"
"Wat als dit gevoel nooit meer stopt?"
"Wat als het weer gebeurt?"
Het brein maakt hierin geen onderscheid. Een levendig mentaal scenario activeert het angstnetwerk alsof het nu plaatsvindt. Daarom voelt angst zo intens en echt, zelfs wanneer iemand rationeel weet dat er geen direct gevaar is.
Angst ontstaat niet door gedachten, maar door betekenis
Het probleem is niet dat gedachten opkomen.
Het probleem is dat het brein ze serieus neemt.
Zodra een gedachte wordt geïnterpreteerd als belangrijk of gevaarlijk, schakelt het lichaam over naar een alarmstand.
De hartslag gaat omhoog, de ademhaling wordt oppervlakkiger, spieren spannen zich aan en er ontstaat onrust en controlebehoefte. Precies dát maakt dat dezelfde gedachte steeds opnieuw terugkomt.
Het brein heeft geleerd dat de gedachte aandacht verdient.
Waarom wat-als-denken angst in stand houdt
Wat-als-gedachten voelen vaak als voorbereiding of als een manier om controle te houden.
Neurologisch gebeurt echter iets anders: je zet jezelf steeds opnieuw in een dreigingssimulatie.
Elke herhaling versterkt het angstcircuit, conditioneert het lichaam en bevestigt voor het brein dat waakzaamheid nodig is. Onderzoek laat zien dat herhaalde mentale simulatie angstreacties kan versterken, zelfs wanneer er geen echte gebeurtenis plaatsvindt. Het brein reageert dus niet op feiten, maar op verwachting. (2)
Scenario-denken als vorm van zelfhypnose
Vanuit hypnotherapeutisch perspectief is dit helder.
Wat-als-denken is een vorm van zelfhypnose. Het bestaat uit gefocuste aandacht, herhaling, emotionele lading en een duidelijke lichamelijke respons. Net als bij hypnose geldt dat waar de aandacht herhaaldelijk naartoe gaat, de subjectieve ervaring volgt. Alleen is dit een verkeerde hypnose waarin iemand zichzelf onbedoeld gevangen houdt.
De onderliggende angst is de kern
Wat vaak wordt gemist, is dat wat-als-gedachten meestal niet de oorzaak zijn, maar een strategie. Een manier om niet te hoeven voelen, controle te houden en weg te bewegen van een vaag, onprettig angstgevoel in het lichaam.
Zolang die onderliggende angst niet is opgelost, zal het brein nieuwe scenario’s blijven genereren, omdat het systeem probeert te beschermen.
Als de kern van de angst is opgelost, maar het patroon nog bestaat
Zelfs wanneer de angst is opgelost, kan één valkuil blijven bestaan. Zodra iemand een gedachte opnieuw te serieus neemt, ziet het brein dit weer als een bedreiging.
Daarom is nadien uitleg essentieel. Begrijpen dat het geen waarschuwing is maar een oud patroon. Dat het brein doet wat het geleerd heeft. En dat gedachten geen voorspellingen zijn.
Zonder dit inzicht kan iemand zichzelf onbewust opnieuw conditioneren.
Mijn aanpak als angstexpert en hypnotherapeut
In mijn praktijk "Angstvrij met Kloens" werk ik daarom altijd op twee niveaus tegelijk.
In drie sessies werken we eerst aan het reguleren en tot rust brengen van het zenuwstelsel, zodat we daarna de onderliggende angst bij de kern kunnen oplossen en angstgedachten kunnen herkaderen door het zelfhypnose-mechanisme te begrijpen en te doorzien.
Het doel is niet dat gedachten verdwijnen, maar dat ze hun dreigingswaarde verliezen. Net zoals het idee van een schaafwond sensatie kan oproepen, maar geen paniek.
Voor wie is dit bedoeld?
Voor mensen die vastzitten in doemdenken of scenariodenken, voortdurend alert zijn op hun gevoelens, angst rationeel begrijpen maar er niet los van komen, en voelen dat er “iets onder zit”.
Klaar om uit de verkeerde hypnose te stappen?
Plan een gratis kennismakingsgeprek!
Bronnen:
1. Neural foundations of imagery - Stephan M. Kosslyn et al.
2. Contributions of the Amygdala to Emotion Processing - Elizabeth A.Phelps, Joseph E. LeDoux